Dekzandkopjes in Deldenerbroek en Enterbroek
"Uniek landschap langs de Regge herstellen"
"We mogen trots zijn op het dal van de Regge." Dat zei Reinier Ellenkamp (foto) van RAAP. Hij heeft samen met Landschap Overijssel een onderzoek uitgevoerd in het land en in de archieven. Hij kwam tot een aantal bijzondere ontdekkingen.
Hij spreekt over een zogeheten Dekzandkopjeslandschap, een laaggelegen gebied vol opgewaaide zandlagen in de vorm van halve manen en dat is uniek in ons land, volgens Ellenkamp. Hij spreekt over een monumentaal gebied dat hersteld en behouden zou moeten worden. Dinsdagavond 29 september presenteerden onderzoekers onder leiding van Reinier Ellenkamp de resultaten van de studie in de Schaapskooi bij kasteel Twickel.
Behalve het behouden en herstellen van het land, waarvan de weidevogels flink zouden kunnen profiteren, ligt er ook een opdracht bij de provincie Overijssel om water langer vast te houden. Zo voorkomt de provincie dat een grote stad als Zwolle, het afvoerputje van Overijssel, onder water kan komen te staan als het langdurig flink regent.
Halve manen
Het unieke landschap in grofweg Deldenerbroek, Enterbroek en Ypelo ontstond na de ijstijd. De Sallandse Heuvelrug en de Lochemseberg ontstonden het eerst. IJs stuwde enorme hoeveelheden zand op. Nadat dit ijs was gesmolten waaide westenwind tussen de Sallandse Heuvelrug en de Lochemseberg door. Een wervelwind ontstond telkens en in de luwte achter de Sallandse Heuvelrug en voor de Deldeneres ontstonden langs de Regge deze unieke dekzandkopjes. Talloze halve manen van zand in een laaggelegen gebied.
Eilandjes
Jagers en verzamelaars trokken er naar toe en leefden er van wat de natuur hen te bieden had. Namen met dam (Koerdam), horst en holt ontstonden al in deze tijd. De betekenis van dam, horst en holt is hoogte. Dit waren de eerste plekken waar de mensen boerderijen gingen bouwen. Deze boeren woonden eigenlijk op eilandjes omgeven door wildernis en moerassen.
Mors
In de Middeleeuwen gingen de bewoners steeds meer moerassen ontginnen. Toen de hoger geleden zandkopjes allemaal bezet waren gingen boeren steeds vaker in de wat lager gelegen delen wonen en vulden die op. Zogeheten morsen ontstonden zo. Een mors (opgebrachte grond) is een laag gelegen land dat werd opgehoogd.
Overlast
Boeren kregen, doordat ze lager gingen wonen, steeds meer te maken met wateroverlast. Daarom zochten ze hulp bij elkaar. Ze moesten gaan samenwerken en zo zou het noaberschap zijn ontstaan. Dat was in of rond de 13e eeuw. De boeren vormden marken. Namen als enken, inken en kampen verwijzen naar ontgonnen dieptes, aldus de onderzoekers van RAAP en Landschap Overijssel. Morsen en broeken wijzen op laag gelegen stukken land.
Kaalslag
Na 1848 begon de modernisering en de kaalslag in de landbouw. Kleinschalig boeren werd grootschalig, meanderende beken werden recht getrokken en de ruilverkaveling maakte grootschalige landbouw nog grootschaliger.
Bemest
De onderzoekers noemen de omgeving van Groot Rouweler en Klein Rouweler in Deldenerbroek als voorbeeld zoals het kleinschalige landschap met de zandkopjes er eeuwenlang uitzag. Een gevarieerd land met een grote biodiversiteit. Houtwallen beperken verstuiving van zand. De beekjes zorgen voor bevloeiing van het land waardoor de aarde op een natuurlijke wijze bemest raakt. Boeren maakten daar dankbaar gebruik van. De vruchtbare slip doet gras groeien waar koeien van profiteren.
Groeien
"Dit is een ideaal beeld waar je naar toe zou kunnen groeien", aldus Reinier Ellenkamp van RAAP aan het einde van zijn presentatie. Hij sluit hiermee het onderzoek af. Maar Landschap Overijssel wil dit eindrapport gebruiken als bespreekstuk met bewoners en betrokkenen om het landschap rond de Regge te gaan herstellen. Het Twentekanaal en de snelweg doorsnijden dit land. Maar nog is niet alles verloren. Op vrijdagmiddag 16 oktober willen de initiatiefnemers verder praten met belangstellenden over het toekomst van dit gedeelte van het Reggedal.
Delden, 29 september 2026